.................................

Wat is houtvochtgehalte

Hout neemt vocht op en kan het ook weer afstaan aan zijn omgeving. Hout is opgebouwd uit cellulose, lignine en hemi-cellulose. Deze stoffen kunnen water vasthouden. Het vochtgehalte van het hout stelt zich in naar het vochtgehalte van de omgeving.
Definitie van vochtgehalte 

Het houtvochtgehalte is gedefinieerd als de hoeveelheid water die met behulp van een oven bij 103°C gedurende 24 uur uit het hout kan worden verdampt, gerelateerd aan het drooggewicht van het hout. Het gewicht dat het hout heeft na de 24 uur bij 103°C wordt het drooggewicht genoemd.

In werkelijkheid zal er na 24 uur drogen in een oven nog steeds een kleine hoeveelheid water in het hout zitten. Dit resterende vocht is zo sterk gebonden aan het hout dat het er niet uit verdwijnt bij 103°C. Drogen bij hogere temperaturen biedt hiervoor geen oplossing omdat er dan ook andere stoffen uit het hout zullen verdwijnen die de meting beļnvloeden. Volgens de definitie telt alleen het vocht mee dat bij 103°C uit het hout te verdampen is. Internationaal wordt overal dezelfde definitie gehanteerd (bijvoorbeeld in NEN, DIN, EN en ISO normen).

Gebruikelijke vochtgehalten van hout.

Schimmels hebben langdurig een vochtgehalte nodig van 22% of hoger. Dit komt alleen voor bij verwaarlozing van bouwkundige eisen (zoals onvoldoende ventilatie) of van het onderhoud (bijvoorbeeld waterindringing van buitenaf). Want in een onverwarmd gebouw bedraagt het houtvochtgehalte in ongunstig gelegen bouwdelen zoals balkkoppen en kruipruimten maximaal 18%. In verwarmde gebouwen is dat 14% en in centraal verwarmde gebouwen 9%. (Deze waarden gelden alleen voor de winter, want in de zomer liggen de maxima lager.) Toch kan soms het vochtgehalte tijdelijk hoger zijn dan 22%. Bijvoorbeeld als waterdamp af en toe condenseert op onverwarmde bouwdelen met geringe luchtbeweging zoals kapvoeten. Dit leidt niet altijd tot schimmelproblemen.

Hout dat niet lang vochtig blijft, krijgen schimmels geen vat.

   

Vochtgehalte in hout wordt gemeten met een houtvocht-meter .
Het principevan meten kan technisch verschillen. De meest gangbare type meters werken op basis van weerstand- of op een capacitievemeting.

Houtvochtmeters op basis van weerstand meting maken gebruik van het feit dat de elektrische weerstand van hout sterk afhankelijk is van het vochtgehalte van het hout. Bij dit type meters worden elektroden in het hout geslagen en wordt de weerstand tussen de elektroden gemeten.
Bijna alle meters zijn geprogrammeerd om weerstand naar houtvochtgehalte om te rekenen. De betere apparaten hebben daar naast een temperatuurs- en een houtsoortcorrectie in de meters geprogrammeerd.

Houtvochtmeters op basis van de diėlektrische constante (ook wel capacitieve houtvochtmeters genoemd) meten met behulp van een in het apparaat ingebouwde zender en ontvanger.
Bij deze apparaten is het niet nodig om elektroden in het hout te slaan. Zij worden meestal gewoon tegen het hout of tegen het te meten project aangehouden.

Betrouwbaarheid van meetuitslagen!
Hoewel veel meters in elektronisch opzicht behoorlijk goed in elkaar zitten, is het aangegeven houtvochtgehalte lang niet altijd de juiste. Instel- en corrigeer gegevens van de fabrikant dienen dan ook gelezen en toegepast te worden.

 

Homepage